Bestuurdersaansprakelijkheid. Beroep op verjaring, art. 3:310 lid 1 BW. Tijdstip waarop verjaringstermijn is gaan lopen; maatstaf. Bekendheid met gedragingen bestuurder die later oorzaak van de schade blijken te zijn. Stuiting van de verjaring door eis in rechte, art. 3:316 lid 2 BW. Invloed royement; vertrouwen dat procedure niet hervat wordt.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Wijziging partner- en kinderalimentatie. Draagkracht van de man en de vrouw conform oude en nieuwe richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Agentuurovereenkomst. Uitleg van het begrip 'level playing field'. Onderscheid tussen gewoon en 'select' agent. Klantenvergoeding. Reisagent vordert (in conventie) veroordeling van (voormalig) principaal Corendon tot betaling van een schadevergoeding op grond van tekortkoming dan wel onrechtmatige daad (prijsmanipulatie en het tijdelijk onttrekken van accommodaties aan het aanbod) en een klantenvergoeding ex artikel 7:442 BW. Corendon vordert in reconventie veroordeling van de reisagent tot terugbetaling van commissie wegens onrechtmatig handelen (het stelselmatig 'duiken' onder de prijzen van Corendon). De vordering in conventie wordt grotendeels toegewezen. De vordering in reconventie wordt afgewezen.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Bevoegdheidsincident. EEX-verordening. Plaats waar verbintenis tot betaling van loon moet worden uitgevoerd. Rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Managementovereenkomst tussen artiest en boekingskantoor is niet zuiver te kwalificeren als agentuurovereenkomst. Beroep door artiest op bedrog en dwaling afgewezen, dus onregelmatige opzegging overeenkomst door artiest. Partijen dienen zich nog nader uit te laten over hoogte schadevergoeding voor boekingskantoor.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Aanspraak op terugbetaling van de in het kader van een agentuuroverkomst betaalde voorschotten is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
OK, Enquete, afwijzing enqueteverzoek en verzoek tot onmiddellijke voorzieningen; onstlag bestuurder en aanvragen faillissement is aangelegenheid AvA, onvoldoende gesteld en aannemelijk gemaakt waaruit zou volgen dat de besluiten in casu leiden tot twijfel aan eenjuist beleid.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Omzetbelasting; art. 5, lid 8, en art. 6, lid 5, van de Zesde richtlijn, art. 31 Wet OB (thans: art. 37d Wet OB); is zonder overdracht van de assurantieportefeuille sprake van de overdracht van een (autonoom deel) van de onderneming van een assurantietussenpersoon?
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Is er tussen partijen een arbeidsovereenkomst tot stand gekomen, namens de werkgever gesloten door een daartoe bevoegde derde?
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Agentuur. Mededingingsrecht. Aanvankelijk was tussen luchtvaartmaatschappijen en reisbureaus sprake van agentuur. Het door de luchtvaartmaatschappijen geintroduceerde nieuwe verkoopmodel, waarin de klant van het reisbureau als opdrachtgever optreedt en betaalt voor de diensten van het reisbureau, is geen agentuurovereenkomst in de zin van artikel 7:428 lid 1 BW. Tijdens de looptijd van de agentuurovereenkomst is, in strijd met artikel 7:445 lid 2 BW, ten nadele van de agent overeengekomen dat hem geen aanspraak op klantenvergoeding toekomt. Het beroep van de luchtvaartmaatschappijen op artikel 7:902 BW gaat niet op. Geen onzekerheid over de vraag of, na beeindiging van de agentuurovereenkomst, al dan niet een klantenvergoeding verschuldigd was. Daarmee is, mogelijk welbewust, een dwingendrechtelijke bepaling in de nieuwe overeenkomst (tevens vaststellingsovereenkomst) terzijde gezet, hetgeen in strijd is met de openbare orde. Bepaling in de nieuwe overeenkomst nietig voor zover de reisbureaus daarin afstand hebben gedaan van een recht op een klantenvergoeding waarop zij krachtens artikel 7:442 BW mogelijkerwijs recht hebben. Opzegging van de bestaande agentuurovereenkomsten niet in strijd met het Nederlandse of Europese mededingingsrecht. Stelplicht met betrekking tot artikel 6 Mw/101 VWEU en 24 Mw/102 VWEU. Verweer dat er geen strijd is met artikel 6 Mw/101 VWEU omdat sprake is van een economische eenheid is geen bevrijdend verweer.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.