Jurisprudentie

Filter
17-08-2010
Gerechtshof ’s-Gravenhage, ECLI:NL:GHSGR:2010:BN9388

Ontvankelijkheid incidenteel beroep, ingesteld uitsluitend om reconventionele eis - die in eerste aanleg volledig was toegewezen - te vermeerderen, terwijl principale beroep zich slechts richtte tegen vonnis voorzover in conventie gewezen. Non-concurrentie.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

17-08-2010
Gerechtshof Amsterdam, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN8238

Verwezen door HR bij arrest van 13 juni 2008. Uitleg inleidende dagvaarding: de door tussenpersoon [Y] gebruikte aanduiding (agentuur)overeenkomst levert geen toereikende grond op om te oordelen dat de rechtbank in hoogste ressort heeft rechtgesproken. Verzekeraar Zürich mocht overeenkomst met [Y] met onmiddellijke ingang opzeggen.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

06-07-2010
Gerechtshof Arnhem, ECLI:NL:GHARN:2010:BN1682

Inkomstenbelasting.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

24-06-2010
Rechtbank ’s-Hertogenbosch, ECLI:NL:RBSHE:2010:BN0636

Agentuurovereenkomst. Eiser is gevestigd in Monaco. Kantonrechter bevoegd. Monegaskische recht van toepassing. Agentuurovereenkomst opgezegd zonder vergoeding. Vordering van agent (eiser) toegewezen.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

23-06-2010
Rechtbank Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2010:BN3604

Eiseres niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot vernietiging van vier arbitrale vonnissen. Met betrekking tot het eerste arbitrale vonnis wordt overwogen dat eiseres heeft afgezien van hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank, waarbij de vordering tot vernietiging van dit vonnis is afgewezen. Eiseres kan niet ten tweeden male vernietiging van het arbitrale vonnis vorderen.Ten aanzien van de tweede, derde en vierde arbitrale vonnissen geldt dat de vordering tot vernietiging is ingesteld, nadat de termijn van art. 1064, lid 3 Rv. was verstreken.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

11-06-2010
Hoge Raad, ECLI:NL:HR:2010:BL8510

Reisovereenkomst. Richtlijn pakketreizen. Is (steeds) sprake van een reisovereenkomst in de zin van art. 7:500 lid 1, aanhef en onder b, BW wanneer een reisagent op verzoek en initiatief van een reiziger verschillende toeristische diensten die tezamen een pakket in de zin van de richtlijn vormen, ten behoeve van de reiziger vastlegt of aan de reiziger verkoopt? Als een reisbureau op verzoek en initiatief van een klant een reis samenstelt die bestaat uit verschillende, door andere reisorganisaties aangeboden, diensten als bedoeld in art. 7:500 lid 1, aanhef en onder b, BW (en art. 2 lid 1 van de richtlijn), is sprake van een pakket in de zin van richtlijn pakketreizen (Richtlijn 90/314/EEG) “Op eigen naam”-criterium. Er kan niet op grond van de enkele omstandigheid dat een reisbureau op verzoek en initiatief van een reiziger verschillende toeristische diensten van andere reisorganisaties verkoopt of vastlegt, welke diensten tezamen een pakket in de zin van de richtlijn vormen, concluderen dat het reisbureau de reisorganisator is als bedoeld in art. 7:500 lid 1, aanhef en onder a, BW dan wel dat het reisbureau partij is bij een reisovereenkomst als bedoeld in dat artikellid onder b.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

11-06-2010
Parket bij de Hoge Raad, ECLI:NL:PHR:2010:BL8510

Reisovereenkomst. Richtlijn pakketreizen. Is (steeds) sprake van een reisovereenkomst in de zin van art. 7:500 lid 1, aanhef en onder b, BW wanneer een reisagent op verzoek en initiatief van een reiziger verschillende toeristische diensten die tezamen een pakket in de zin van de richtlijn vormen, ten behoeve van de reiziger vastlegt of aan de reiziger verkoopt? Als een reisbureau op verzoek en initiatief van een klant een reis samenstelt die bestaat uit verschillende, door andere reisorganisaties aangeboden, diensten als bedoeld in art. 7:500 lid 1, aanhef en onder b, BW (en art. 2 lid 1 van de richtlijn), is sprake van een pakket in de zin van richtlijn pakketreizen (Richtlijn 90/314/EEG) “Op eigen naam”-criterium. Er kan niet op grond van de enkele omstandigheid dat een reisbureau op verzoek en initiatief van een reiziger verschillende toeristische diensten van andere reisorganisaties verkoopt of vastlegt, welke diensten tezamen een pakket in de zin van de richtlijn vormen, concluderen dat het reisbureau de reisorganisator is als bedoeld in art. 7:500 lid 1, aanhef en onder a, BW dan wel dat het reisbureau partij is bij een reisovereenkomst als bedoeld in dat artikellid onder b.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

08-06-2010
Rechtbank Assen, ECLI:NL:RBASS:2010:BN0714

Veroordeling tot staken en gestaakt houden van inbreuk om merkrechten en gebruik van domeinnamen.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

02-06-2010
Rechtbank Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2010:BN4021

Onjuiste partijaanduiding; uitleg betalingsafspraak in overeenkomst.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

26-05-2010
Rechtbank Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2010:BN0793

Int. bevoegdheidsincident. Na enquête vastgesteld dat nieuwe rechtsverhouding is totstandgekomen, t.w. agentuurovereenkomst; forumkeuze niet van toepassing; rechtbank bevoegd en verwijzing naar kantonrechter.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.