Bij besluit van 28 januari 2004 heeft het bureau van de raad voor rechtsbijstand te Amsterdam het verzoek om vergoeding van de kosten van rechtsbijstand afgewezen.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
De kern van het geschil in conventie en reconventie is de vraag of sprake is van een beeindiging "om gewichtige reden" zoals bedoeld in artikel 8.1 van de Agentenovereenkomst.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Mediation niet gelijk aan arbitrage of bindend advies. Afwijzen niet-ontvankelijkheid.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
KPN en Wanadoo hebben in het verleden een samenwerkingsovereenkomst afgesloten. Op basis van deze overeenkomst krijgen klanten van Wanadoo toegang tot het ADSL-netwerk van KPN, waardoor zij tevens klant van KPN zijn. De samenwerkingsovereenkomst kent een verbod elkaars klanten te werven. KPN vordert in kort geding nakoming van dit verbod. Deze vordering wordt toegewezen; het belangrijkste verweer van Wanadoo, namelijk dat de betreffende contractsbepaling in strijd zou zijn met het mededingingsrecht, wordt hierbij verworpen.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
De kantonrechter oordeelt dat tussen partijen naar Nederlands recht een agentuurovereenkomst bestond. Eiser heeft recht op provisie over omzet die is gerealiseerd door zijn bemiddeling, alsmede op een beëindigingvergoeding bestaande uit provisie over het jaar 2001. Ingevolge artikel 7:433 lid 2 BW is eiser bevoegd inzage te verlangen van de nodige bewijsstukken. Eiser dient bij betwisting door gedaagde te bewijzen dat hij als agent heeft bemiddeld bij het tot stand brengen van overeenkomsten tussen de door hem gestelde afnemers en gedaagde.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Partijen hebben op 3 oktober 1994 een "Importer's Agreement" gesloten, waarbij aan Alwatary het alleenrecht als importeur van de producten van DAF in Jemen werd toegekend. DAF behield zich daarbij wel het recht voor om in Jemen zelf en direct aan derden te verkopen en te leveren. In dat laatste geval verplichtte DAF zich aan Alwatary een "ex gratia payment" te betalen ter waarde van 2,5% van de zogenaamde "af fabriek" prijs van alle in die verkoop betrokken voertuigen en 10 % van de waarde van alle rechtstreeks geleverde onderdelen "af fabriek". DAF heeft op 5 december 1995 een overeenkomst gesloten met de in Jemen gevestigde Yemen Gas Corporation betreffende de verkoop en levering van 100 LPG-tankercombinaties. Nadat onderhandelingen tussen DAF en Alwatary over de wijze waarop het onderhoud van deze tankwagens in Jemen zou worden verzorgd op niets waren uitgelopen, heeft DAF de overeenkomst van 3 oktober 1994 (Importers Agreement) bij aangetekende brief van 21 september 1998 tegen 30 september 1999 opgezegd. De transactie met Yemen Gas Company omvat de levering van tankauto's ter waarde van 36,5 miljoen gulden en onderdelen ter waarde van 3,5 miljoen gulden. Alwatary vordert op grond hiervan de betaling van een bedrag van fl. 1.262.500,= gebaseerd op 2,5% van 36,5 miljoen voor vrachtauto's en 10% van 3,5 miljoen voor de onderdelen.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Van een inspecteur mag een neutrale proceshouding worden verwacht, in die zin dat hij vanwege zijn procespositie niet ertoe overgaat stukken niet in het geding in te brengen.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Agentuurovereenkomst: zorgplicht principaal jegens de agenten.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Agentuurovereenkomst door ander dan de oorspronkelijke principaal overge-nomen. Partijen verwijten elkaar zich niet aan de overeenkomst te houden. De over en weer ingestelde vorderingen (grotendeels) afgewezen.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
De geschilpunten die partijen verdeeld houden, hebben betrekking op de beweerdelijk door Comfort Design c.s. uit hoofde van de agentuurovereenkomst aan [geïntimeerde] verschuldigde provisie, de schadeplichtigheid van Comfort Design c.s. jegens [geïntimeerde] uit hoofde van de beweerdelijk onregelmatige opzegging van de agentuurovereenkomst, de door Comfort Design c.s. gevorderde schadevergoeding wegens beweerdelijk toerekenbaar tekortschieten door [geïntimeerde], alsmede de door [geïntimeerde] gevorderde klantenvergoeding (...). Voorts houdt partijen verdeeld de vraag of [geïntimeerde] aanspraak kan maken op buitengerechtelijke incassokosten en op wettelijke rente over het door haar gevorderde.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.