Vervolg in een langlopende discussie over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in een internationaal geschil waarin sprake is van een agentuurovereenkomst.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Agent vordert in kort geding van de opdrachtgever onder meer betaling van openstaande facturen. De voltooiing tot betaling wordt grotendeels behaald.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Agentuurovereenkomst. Geen bedrog of dwaling. Contractuele boetes verschuldigd.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Agentuurzaak. Agent vordert schadevergoeding en vergoeding goodwill na opzegging van de overeenkomst per direct door de principaal. Die stelt dat sprake is van dringende reden, na auto-ongeluk van de agent die ernstig letsel oploopt. Schadevergoeding vanwege onregelmatige opzegging toegewezen, goodwill vergoeding afgewezen nu niet is gebleken dat agent meer klanten heeft aangebracht dan wel meer orders zijn geplaatst die hebben geleid tot een belangrijke omzetstijging.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Procedure opgestart door de voormalig agenten van een inmiddels failliete principaal. In deze procedure wordt van de curator betaling van een klantenvergoeding ex artikel 7:442 BW.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Bevoegdheidsincident. Gedaagde verzoekt de kantonrechter zich onbevoegd te verklaren om kennis te nemen van de vorderingen van eisers en de zaak te verwijzen naar de handelskamer van de rechtbank. De kantonrechter beoordeelt de vraag of verwijzing nodig is aan de hand van haar eigen voorlopig oordeel over het onderwerp van het geschil. Uitgaande van de stellingen van eisers die gedaagde (nog) niet heeft betwist, oordeelt de kantonrechter dat de zaak niet een agentuur- of arbeidsovereenkomst betreft. De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de handelskamer van de rechtbank.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Aanvankelijke contractuele verhouding en werkwijze tussen partijen wijst op distributie en niet op agentuur. Vervolgens is de werkwijze gewijzigd. Hoewel in die werkwijze enige elementen (voor wat betreft het plaatsen van orders en de levering en de facturatie) van een agentuurovereenkomst bevat, zijn deze naar het oordeel van de kantonrechter niet zodanig dat niet langer van een distributieovereenkomst kon (maar van een agentuurovereenkomst zou moeten) worden gesproken.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Agentuurovereenkomst. Artt. 7:443 BW. Opdrachtgever vordert na opzegging overeenkomst van de opdrachtnemer boetes wegens overtreding concurrentie- en relatiebeding + verklaring voor recht dat zij geen vergoeding meer hoeft te betalen. Opdrachtgever kan geen rechten ontlenen aan concurrentiebeding, vanwege opzegging zonder opzegtermijn en dringende reden. Relatiebeding is niet overtreden. Afwijzing verklaring voor recht.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Geschil tussen handelsagent en principaal over beƫindiging van de agentuurovereenkomst, de financiƫle afrekening en contractuele boetes. Incidentele vorderingen ingesteld. Vordering ex art. 843a Rv afgewezen. De handelsagent heeft alle e-mails, telefoongegevens en whatsappberichten gevorderd, zonder er inzicht in te geven waarover hij wel of niet al de beschikking heeft. De vordering is daarmee te onbepaald. Ook de vordering van de handelsagent ex art. 351 Rv afgewezen. Dat de handelsagent als gevolg van de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis daadwerkelijk in een noodtoestand komt te verkeren is onvoldoende toegelicht. Een afweging van de wederzijdse belangen leidt niet tot toewijzing van de vordering in het incident. Bezwaar tegen de memorie van grieven van de handelsagent en de daarbij als productie gevoegde uitgebreide notitie van een jurist (226 bladzijden) verworpen. De notitie kan niet als een aanvulling of uitbreiding van de memorie van grieven fungeren. Van de notitie kan slechts nota worden genomen voor zover, ter ondersteuning van stellingen die in de memorie van grieven zijn ingenomen, in deze memorie voldoende concreet naar de productie is verwezen. Met in achtneming hiervan dient de principaal te reageren op de memorie van grieven en de notitie, en zal het hof deze beoordelen.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.
Kort geding. Vordering kledingproducent om agent/franchisehouder te verbieden samen te werken met andere opdrachtgever vanwege strijd met non-concurrentie en geheimhoudigsbedingen in contracten afgewezen. Nader onderzoek naar de feiten vereist, waarvoor het kort geding zich niet leent.
Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.