Jurisprudentie

Filter
24-05-2024
Rechtbank Overijssel, ECLI:NL:RBOVE:2024:2771

Kort geding. In deze procedure speelt de vraag of de tussen partijen gesloten overeenkomst een distributie- of agentuurovereenkomst is. De kantonrechter is (vooralsnog) van oordeel dat, hoewel de – tussentijds gewijzigde - overeenkomst eigenschappen van agentuur lijkt te bevatten, toch sprake is van een distributieovereenkomst. 

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

22-05-2024
Rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2024:4340

De bestuurder van principaal wordt persoonlijk aansprakelijk gesteld op grond van bestuurdersaansprakelijkheid vanwege het niet betalen van achterstallige provisie door principaal. De rechtbank overweegt dat een hoge drempel geldt voor het aannemen van aansprakelijkheid van bestuurders. Deze drempel wordt niet gehaald. De vorderingen van agent worden afgewezen.  

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

22-05-2024
Rechtbank Den Haag, ECLI:NL:RBDHA:2024:7780

Nietige contractsbepalingen in agentuurovereenkomst, discussie omtrent de provisie, klantvergoeding en recht op beloning van de agent. 

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

03-05-2024
Rechtbank Amsterdam, ECLI:NL:RBAMS:2024:2570

Ter discussie staat de vraag of er rechtsgeldig een overeenkomst is gesloten door een handelsagent. De rechter oordeelt dat sprake was van een agentuurovereenkomst en dat de agent vertegenwoordigingsbevoegd was. Nakoming van de overeenkomst is door het tijdsverloop blijvend onmogelijk geworden. De rechter kent de agent een schadevergoeding toe.  

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

02-05-2024
Rechtbank Oost-Brabant, ECLI:NL:RBOBR:2024:6791

Tussenuitspraak: Vordering van handelsagent tot betaling van provisie over mislukte bestellingen wordt verzonden ogv artikel 7:432 lid 2 BW. Ook is een gerichte gevorderde provisie over uitgevoerde bestellingen (tijdens en na de duur van de agentuurovereenkomst) en artikel 7:431 lid 2 BW. Hierbij is het van belang dat de agentuurovereenkomst weliswaar op papier regelmatig wordt opgezegd, maar dat de opdrachtgever tijdens de opzegperiode de handelsagent heeft afgesloten van alle voordien gebruikelijke communicatiemiddelen en de werkzaamheden zelf ter hand heeft genomen. In samenhang heeft het principe van de exclusiviteit van de handelsagent geschonden en dit is een tekortkoming in de zin van artikel 6:74 BW (wanprestatie). Verder is de vordering tot betaling van een klantenvergoeding toegekend en artikel 7:442 BW.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

24-04-2024
Rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2024:2450

Afwikkeling handelsrelatie. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een agentuurovereenkomst. Het wettelijk kader voor agentuur geldt dus niet, geen dringende reden voor opzegging vereist op grond van de agentuurwetgeving.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

17-04-2024
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, ECLI:NL:RBZWB:2024:2536

Principaal beëindigd de agentuurrelatie met haar agent. De agent start een procedure waarin zij onder meer betaling van klantvergoeding en provisie vordert. De kantonrechter past artikel 7:442 BW toe. De kantonrechter bepaalt dat de agent recht heeft op een klantenvergoeding. De vordering ten aanzien van de provisie wordt afgewezen.  

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

26-03-2024
Gerechtshof Amsterdam, ECLI:NL:GHAMS:2024:770

Deze zaak gaat over de vraag of een reisagent tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van agentuurovereenkomsten en een daarbij behorend addendum. In eerste aanleg heeft de kantonrechter bepaald dat de reisagent tekort is geschoten. Dit vonnis wordt door het gerechtshof bekrachtigd.  

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

21-02-2024
Rechtbank Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2024:1275

Kort geding. Partijen verschillen van mening over de uitleg van een relatiebeding uit de agentuurovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een leemte in de overeenkomst. De overeenkomst moet worden aangevuld. De kantonrechter is van oordeel dat een procedure in kort geding zich hier niet voor leent omdat het om een ingrijpende en lastig terug te draaien besluit gaat. De vorderingen worden afgewezen. 

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.

14-02-2024
Rechtbank Limburg, ECLI:NL:RBLIM:2024:737

Voormalig handelsagent vordert onder meer schadeloosstelling vanwege onregelmatige opzegging. De kantonrechter wijst de schadeloosstelling toe en hanteert bij het bepalen van de hoogte daarvan de gehele looptijd van de agentuurovereenkomst als referentieperiode omdat dit representatief is voor de hele periode waarin de handelsagent actief is geweest en de gebruikelijke referentieperiode van twaalf maanden niet. Er was sprake van wisselende omzethoogten ten gevolge van de coronapandemie.

Klik HIER om de volledige uitspraak te lezen.